Een opzettelijke stinkend zaakje dat 20% korting oplevert.

Als boer dien je over meer kwaliteiten te beschikken dan te weten wat de beste samenstelling van het voer voor de koeien is of welke mineralen de gewassen nodig hebben. Het invullen van de gecombineerde opgave, waarop u moet aangeven wat u nu eigenlijk doet met uw percelen, om het inkomen van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) veilig te stellen schijnt dan nog wel mee te vallen, maar de gevolgen van het meedoen aan de regeling zijn niet altijd iedereen nog duidelijk.

Korting van 3% bij overtreding randvoorwaarden GLB

 

Dat er zogenaamde randvoorwaarden gelden om 100% GLB inkomsten te genieten weten de meeste aanvragers wel. Indien u niet op de juiste wijze (niet emissie-arm) mest heeft uitgereden kan dat een korting van 3% op het toegekende GLB inkomen opleveren. Dat is de meeste agrariërs door eigen ervaringen of die van collega ook wel bekend.

Overtreding door derde kan u als opdrachtgever worden toegerekend

 

De regeling zit zo in elkaar dat bij een overtreding van de randvoorwaarden er een korting wordt opgelegd, ook al is de overtreding niet door u zelf begaan, maar door bijvoorbeeld de door u ingeschakelde loonwerker. Er is sprake van een soort risico- aansprakelijkheid. Is de mest niet goed door de loonwerker uitgereden, dan krijgt de landbouwer dus gewoon de korting over het GLB inkomen. Dat valt ook te verklaren met de bedoeling van de randvoorwaarden, zo min mogelijk milieuschade. En daarbij geldt volgens de rechters, het aanvragen van het GLB inkomen is ook een keuze, waaraan dus ook voorwaarden gesteld mogen worden. Die voorwaarden liggen op het gebied van diergezondheid, milieu en dierenwelzijn en eisen inzake een goede landbouw- en milieuconditie.

Bij opzet overtreding korting van 20%

 

Echter, indien een overtreding van randvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld de bepalingen over het uitrijden van mest als opzettelijk wordt aangemerkt, kan de korting oplopen tot maar liefst 20%. Het begrip ‘opzet’ is niet helemaal gelijk met zoals dat in het strafrecht gehanteerd wordt. Daarvoor gelden een aantal criteria. Volgens de rechtspraak wordt er bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van opzet gekeken naar de volgende factoren:

  1. In de beschrijving van de randvoorwaarde wordt al een direct verband gelegd met opzet.
  2. De randvoorwaarde is niet moeilijk na te leven.
  3. De randvoorwaarde bestaat al lange tijd.
  4. Er zijn bewust en actief handelingen uitgevoerd of nagelaten.
  5. De betrokkene was al eerder op de hoogte gesteld van dezelfde overtreding.
  6. De randvoorwaarde is in zeer hoge mate niet nageleefd

 

Ten aanzien van de derde bullit wordt meestal ten aanzien van de regels van mest uitrijden overwogen dat deze voorwaarde al langere tijd bestaat, zodat overtreding daarvan als indicatie voor opzet heeft te gelden. Vaak wordt dan ook overwogen dat de randvoorwaarde niet moeilijk na te leven is, zodat er al twee criteria zijn, die pleiten in de richting van opzet.  Als de boer zelf de mest verkeerd uitrijdt, zijn deze factoren natuurlijk makkelijk toepasbaar. Bij de voorwaarde genoemd in eerste bullit is het uiteraard duidelijk als de boer wist dat de door de loonwerker de regels omtrent het mest uitrijden niet nageleefd zouden worden, er sprake is van opzet. In dat geval heeft hij immers bewust risico genomen. Dat bleek onder andere uit een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CvBB) van 29-09-2014 met kenmerk ECLI:NL:CBB:2014:408, waar vaststond dat de wetenschap omtrent de onwetendheid van de loonwerker over de regels ook bij de boer aanwezig was.

Het CvBB overwoog in die zaak:

4.3 Gelet op het arrest van 27 februari 2014 van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak C-396/12 (www.curia.europa.eu) is sprake van een opzettelijke niet-naleving van randvoorwaarden indien de steunontvanger zich op een bepaalde wijze gedraagt waardoor hij ofwel een toestand van niet-naleving van de voorschriften inzake randvoorwaarden tracht te bewerkstellingen, ofwel, zonder dat hij dit doel voor ogen heeft, de mogelijkheid dat die niet-overeenstemming zich voordoet, aanvaardt. Voorts dient, wanneer de overtreding door een derde is begaan, wat betreft de positie van de subsidieontvanger te worden bezien of opzet of nalatigheid kan worden aangenomen door de keuze van de derde, het op hem uitgeoefende toezicht en de hem gegeven instructies.

Wanneer wordt de opzet van de loonwerker aan de boer verweten?

 

Maar hoe zit het als de fout bij de loonwerker ligt? Goed om te weten is dat als er sprake is van opzet van een door u ingeschakelde derde, zoals een loonwerker, u onder zekere omstandigheden ook 20% in plaats van 3% korting opgelegd zou kunnen krijgen. De opzet van de loonwerker wordt dus u dan als het ware verweten.Helaas is daar volgens de rechtspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vrij snel sprake van opzet van de boer en kunt u dus geconfronteerd worden met een forse korting van 20%. Daarvoor wordt dan gekeken naar de 4e bullit, namelijk of er bewust actief handelingen zijn uitgevoerd of nagelaten. Van een actief uitvoeren door de boer is dan begrijpelijkerwijze niet snel sprake, maar over actief nalaten (van controle) is echter wel de nodige rechtspraak verschenen in relatie tot het inschakelen van derden.

De boer die zijn onkundige minderjarige neef de mest liet uitrijden, zoals in de uitspraak van 5-3-2015 ECLI:NL:CBB:2015:70, was de klos, omdat er sprake was van een zogenaamd ‘voorwaardelijk opzet’, oftewel wetens en willens de kwade kans aanvaarden dat een bepaald risico zich voordoet.

Vast staat dat de minderjarige neef van [naam] de mest niet-emissiearm heeft uitgereden en dat [naam], die zelf niet op de hoogte was van de regelgeving, zijn neef niet, of in ieder geval niet op de juiste wijze, heeft geïnstrueerd. Ten aanzien van [naam] kan terzake nalatigheid worden aangenomen. Met verweerder is het College van oordeel dat [naam] in ieder geval de mogelijkheid dat de overtreding zich zou voordoen heeft aanvaard, zodat sprake is van een (al dan niet voorwaardelijk) opzettelijke niet-naleving van randvoorwaarden.

Ook de zaak bij het CvBB van 5-3-2015 met kenmerk ECLI:NL:CBB:2015:68 pakte niet goed uit voor de boer, omdat het CvBB overwoog:

Vastgesteld kan worden dat op 24 augustus 2009 door een loonwerker vaste mest is uitgereden zonder dat deze mest is ondergewerkt. Blijkens de verklaringen van appellante heeft zij ervoor gekozen de dag erna eerst de drijfmest eroverheen uit te rijden alvorens de mest in één keer te gaan onderwerken. Appellante heeft derhalve zowel de loonwerker als [naam 3] instructies gegeven die ertoe hebben geleid dat voor zowel de vaste mest als de drijfmest niet voldaan werd aan emissiearm aanwenden van de mest. Met verweerder is het College van oordeel dat door aldus te handelen appellante welbewust ervoor heeft gekozen dat op de door haar beheerde- en als subsidiabele grond opgegeven – landbouwgrond overtredingen plaatsvonden en appellante een opzettelijke niet-naleving van randvoorwaarden kan worden verweten.

In de uitspraak door het CvBB van 24-12-2014 ECLI:NL:CBB:2014:496 had een werknemer van de boer tijdens verblijf van de boer in het buitenland op een verkeerde manier mest uitgereden. Hem werd uiteindelijk verweten onvoldoende instructies (je mag niet uitrijden bij mijn afwezigheid) te hebben gegeven, zodat ook daar sprake was van voorwaardelijk opzet.

Het College overweegt als volgt. [naam 4] heeft een derde ingeschakeld om mest uit te rijden en heeft hierbij onjuiste instructies gegeven omdat hij de randvoorwaarde niet kende. Hij verkeerde in de veronderstelling dat hij de mest in twee werkgangen mocht aanwenden. [naam 4] is medewerker van appellante en zijn handelen is in dit geval toe te rekenen aan appellante. Het College neemt hierbij in overweging dat het uitrijden van mest op een bedrijf als van appellante tot de normale bedrijfsvoering kan worden gerekend. Dat [naam 4] op eigen initiatief handelde zoals appellante stelt, is naar het oordeel van het College dan ook onvoldoende reden om zijn handelen niet toe te rekenen aan appellante. Dit geldt zeker nu appellante haar medewerker niet de instructie heeft gegeven om geen mest uit te rijden tijdens haar afwezigheid. Uit de beantwoording van de derde prejudiciële vraag, weergeven in onderdeel 2 van het van het arrest van het Hof, volgt dat ingeval inbreuk op de vereiste randvoorwaarden is gemaakt door een derde die werkzaamheden in opdracht van een steunontvanger uitvoert, de begunstigde aansprakelijk kan worden gesteld door de keuze van de derde, het op hem uitgeoefende toezicht en de hem gegeven instructies, ongeacht het opzettelijke of nalatige karakter van voornoemde derde. Appellante heeft door tijdens haar verblijf in het buitenland de bedrijfsvoering over te laten aan haar medewerker zonder dat zij zich ervan heeft vergewist of hij op de hoogte was van de geldende wet- en regelgeving om voor appellante werkzaamheden te kunnen verrichten op haar bedrijf, en zonder instructies te geven of toezicht te (laten) houden, welbewust het risico genomen dat op de door haar beheerde – en als subsidiabele grond opgegeven – landbouwgrond overtredingen konden plaatsvinden. Hierdoor kon de situatie ontstaan dat de medewerker van appellante – die zoals gezegd niet op de hoogte bleek te zijn van de geldende regels – op zijn beurt een derde inschakelde om met een ketsplaat op niet-emissiearme wijze mest uit te rijden. Dit levert opzet op. Verweerder heeft daarom terecht aangenomen dat appellante opzettelijk tekort is geschoten in het op de medewerker uitgeoefende toezicht.

Dit gaat dus vrij ver. U moet dus volgens deze uitspraak actief toezicht houden op het personeel en er op toezien dat de regels worden nageleefd.

Conclusie

 

Kortom, ook als men een derde (loonwerker) inschakelt voor het uitrijden van mest, loopt u de kans dat er bij overtreding van de randvoorwaarden (in dit geval het niet emissie arm uitrijden) niet alleen een korting van 3%, maar zelfs van 20% wordt opgelegd, als het opzet wordt toegerekend aan de boer. En uit de bovengenoemde uitspraken blijkt dat er vrij snel sprake van opzet is.

Om dit te voorkomen moet men een goede keuze maken van de loonwerker, deze expliciet instructies geven dat de mest emissie arm uitgereden moet worden, als dat niet kan het mest uitrijden direct te staken en ook maatregelen nemen om daarop enige vorm van controle uit te oefenen. Slechts in dat geval lijkt er te ontkomen aan de rechtspraak omtrent voorwaardelijk opzet, waarbij u het risico loopt dat het negeren van de regels voor het emissie arm uitrijden door de loonwerk u een korting van 20% op het GLB inkomen oplevert.

 

Just Hamming, advocaat bouw-, vastgoed en agrarisch recht

Defenz Advocaten
class="last-menu-item menu-itemve-menu" class="">
  • home
  • vacatures
  • contact